WACHTER
Een vreemde man houdt bij mijn huis de wacht. Zijn blik is onrustig. Zijn intenties onduidelijk. Hij verschuilt zich tussen de witte bloesem van de magnolia. Zijn hersenspinsels groeien als kleine bladeren uit de poriën van zijn gezicht. Hij staat en wacht. Hij staat op wacht. Hij is een wachter. Hij houdt een oogje in het zeil. De tuin is leeg. Nog wel. Wie weet, denkt de wachter. Wie weet wat er komt.
Hij wacht. Hij is een wachter.
Back to Top